Zomerpret

De buurman blaast het opblaasbad op. Voor z’n twee dochtertjes. Ik hoor hem zuchten en steunen. Het is warm. En het gaat moeizaam. Z’n dochters jengelen vol ongeduld.

Hollands Nieuwe

De winter duurt lang. En de zomer was kut. Ik loop zonnestudio Sundays binnen.